Het ontstaan van Antwerpen-Centraal

Antwerpen-Centraal werd meermaals verkozen tot een van de mooiste stations ter wereld, onder andere door Newsweek, Mashable en The Telegraph. Een korte geschiedenis van de bouw van deze architecturale parel leert dat het gebouw initieel op verzet van de Antwerpenaren stuitte. Een korte terugblik!

Mobiliteit in het verleden

Lang geleden waren mensen voor hun mobiliteit aangewezen op de benenwagen. Wie kapitaalkrachtig was, kon zich veroorloven om te reizen met paard-en-wagen of met de postkoets. Vanaf de zestiende eeuw voorzagen veerdiensten met trekschuiten een eerste vorm van openbaar vervoer. Paarden en mensen trokken de trekschuiten voort via de jaagpaden langs rivieren en vaarten. Pas in de 19de eeuw kwam er een revolutie in de wereld van het transport met de ontwikkeling van de spoorwegen

Trekschuit - 19e eeuw

Trekschuit 19de eeuw

Ontwikkeling van de Belgische Spoorwegen

De geschiedenis van de Belgische spoorwegen begint met het historische besluit tot de aanleg van 380 km spoor in 1834. Een jaar later zou de eerste Belgische trein rijden tussen Brussel en Mechelen. Het was de eerste treinrit op het Europese vasteland. Enkel Engeland ging België voor met een eerste echte spoorweg met vaste dienstregeling voor passagiers tussen Manchester en Liverpool in 1830. Bij de verdere uitbouw van de Belgische spoorwegen werd Mechelen het centrale spoorwegknooppunt. Van hieruit vertrokken treinen in alle windrichtingen. 

Eerste stations in Antwerpen

De spoorwegen eisten een reeks nieuwe gebouwen voor haar diensten: stations, wachthuisjes, loodsen en opslagplaatsen. Het eerste station van Antwerpen kon je bezwaarlijk een echt station noemen. Het ging om één houten barak en enkele grote tenten voor de opvang van reizigers. Op de plaats van het eerste station kwam er in 1854 een groter station dat de naam Antwerpen-Oost kreeg. De constructie uit hout en ijzer moest het mogelijk maken om het gebouw snel af te breken in oorlogstijd.

Gaandeweg ontwikkelde zich rond het station een volwassen stationsbuurt. Langs de Keyserlei werden prachtige huizen neergezet, maar de wijk werd ontsierd door het station.

Bouw van Antwerpen-Centraal

In 1895 begon men aan de werken van een nieuw station in opdracht van financierder Koning Leopold II (tweede koning der Belgen). Het gebouw bestaat uit een stalen perronoverkapping en een stenen stationsgebouw in eclectische stijl. Toen het in 1905 feestelijk geopend werd, kreeg het de naam Antwerpen-Centraal. Leopold II zou bij inhuldiging uitgeroepen hebben: “Une belle petite gare, mais beaucoup trop petite”, wat zoveel betekent als: “Het is te klein!

Indrukwekkende stalen perronoverkapping

Nochtans pronkt het station met indrukwekkende afmetingen. De overkapping is 43 meter hoog (hoog genoeg om de rook van de locomotieven op te vangen), 186 meter lang en 66 meter breed. Kenmerkend voor de spoorhal zijn het massale gebruik van glas en slanke bogen. Het is een technologisch hoogstandje van 100 jaar geleden.

Stationsgebouw van Louis Delacenserie

Het stenen stationsgebouw is van de hand van Louis Delacenserie, befaamd Brugs architect. Hij reisde in 1894 naar Duitsland om de grote Duitse stations te gaan bezichtigen. Voor het ontwerp van Antwerpen-Centraal baseerde hij zich uiteindelijk op het oude stationsgebouw van Luzern uit 1896, waarvan hij vermoedelijk de plannen had gezien tijdens zijn reis. Hij haalde ook inspiratie bij het Pantheon in Rome voor de 75 meter hoge koepel. De plannen van Delancenserie stuitten destijds op veel kritiek en op verzet van het Antwerpse stadsbestuur dat de voorziene bouw van een vijf meter hoge muur dwars door de stad niet zag zitten. Maar het station kwam er toch. Gelukkig, want vandaag wordt het beschouwd als een van de mooiste stationsgebouwen ter wereld.  Het station etaleert onder meer het Antwerps wapenschild, de Belgische Leeuw en de initialen van koning Leopold II.

Antwerpen-Centraal verkennen met gids

Het centraal station is het eindpunt van onze populaire stadswandeling “Antwerpse Hoogtepunten. Op die tour vertrekken we vanuit het centrum naar alle toeristische trekpleisters van het historische hart van de stad. Je verkent met een deskundige gids het oude centrum met onder meer de Grote Markt, het Vleeshuis en de pittoreske Vlaeykensgang om vervolgens de diverse architectuur van de Meir te bewonderen en in schoonheid te eindigen aan het Centraal Station. De gids staat er stil bij de bijzonderheden en de grondige verbouwing en ondertunneling van 2007. Daarna kan je het gebouw op eigen houtje verder verkennen.

De extra informatie en de leuke weetjes die je van de gids krijgt, geven je vast een andere kijk op dit prachtige gebouw. Wil je meer tijd met een gids doorbrengen in het Centraal Station, overweeg dan een tour op maat.